Ik probeer de gedachten niet te laten komen.
Niet te spelen met de zinnen die opborrelen.
De luchtbellen te laten verdwijnen voordat ze de lucht in vliegen.
Niet mee te gaan met de bladeren die vallen uit ongewortelde bomen.
Ik probeer niet alles te laten gaan met een zucht.
Ik doe mijn best om dicht bij de bron te zijn en te blijven.
De bron is onrustig en de bron doet pijn.
Ik blijf er bij. Ik blijf er bij.
Ondertussen vormen zich stromen die nieuwe ideeën realiseren.
Nieuwe patronen proberen te herkennen.
Ik blijf er bij weg. Ik doe mijn best.
De patronen proberen de situatie te relativeren, en
opborrelende woorden de gevoelens te negeren.
Onwerkelijke wortels trachten te groeien om de pijn te verzachten.
Het verleden heeft volgens de bladeren geen rol nu.
Ik zucht en de wortels schieten naar de grond.
Verborgen is daar nu de zeurende wond.
Het is toch niet gelukt om dichtbij te blijven
en te waken voor het ervaren van het gevoel.
Alles borrelt nu op en blijft daar gevangen,
tussen de takken van de bomen.
Toch ben ik een stukje dichterbij gekomen.

Plaats een reactie