Ik staar voor me uit,
Ik staar naar de lucht.
Waarheen ik staar,
maakt eigenlijk niet uit.

Staar ik naar mezelf,
staar ik naar jou.
Staar ik naar de gedachten,
waarvan ik zoveel houd.

Of staar ik,
omdat die gedachten mij leiden
naar onontdekte plekken.
Zodat ik kan verdwalen,
in de onbevlekte vlekken.
die zich in mijn gedachten spreiden.

Dwalend in die gedachten,
weet ik niet meer wat verhalen waren
en wat daadwerkelijk waarheid is.

Misschien staar ik wel,
omdat ik iets mis
op het moment in het heden.
Of staar ik om het verleden
een bevlekte vlek te geven.

Staar ik om te ontsnappen,
of te denken aan hier.
Omdat het dagelijkse leven,
mij doet af vlakken.

Misschien is staren de manier,
om gewoon te staren.
Te slapen overdag,
omdat het eigenlijk niet mag.

Of staar ik om per ongeluk te gluren,
en andere te bestuderen,
zonder dat ik mijzelf kan verwijten,
dat ik stiekem naar iemand zat te kijken.

Als ik naar iemand kijk,
dan betreed ik namelijk een grens.
Een grens van persoonlijke waarden.
Terwijl niemand die grens kan verklaren.

Nee, ik denk dat ik staar om te vergeten,
wat eigenlijk niemand mag weten.

C.

Plaats een reactie