Versproken op de stap naar de sprong, veranderde het ritme van de pas waaraan ze begon. 

Ze wilde rennen door de ruimte, en vliegen door de lucht.

Maar ze kwam neer met de verleiding van de koude vloer.

Ze werd aangetrokken door de tonen van muziek en een zucht. 

Glijdend en rollend met de rug naar het publiek. 

Ze wilt zo graag weer opstaan, maar de aantrekking is te groot. 

De wereld daarboven roept haar, en het is iedereen die het ziet. 

Zittend met benen gestrekt, kijkt ze op, naar de anderen.

Nu twijfelend aan haar eigen verschijning en dat geeft haar verdriet. 

Hulp zal ze niet vragen, want begrijpen zullen ze niet,

dat de wereld hier boven zo veel beter voelde dan de kou van de grond. 

Het lijkt nu wel heel erg lang geleden, het moment dat ze recht op stond. 

Kan niemand zien dat haar armen niet zo soepel meer bewegen?

Dat haar benen schaafwonden vertonen van de stroeve, vieze vloer? 

Laat haar toch vliegen en springen op het ritme van de muziek. 

Niemand luistert. Zelfs niet naar de stem van dit geschrift. 

Ze gaat door met bewegen met moeite en bedachtzaamheid.

Het geluid stopt. Er wordt gezwegen.

Tijd om door te gaan met haar leven. 

Er zijn weer dingen die ze moet. 

C. 

Plaats een reactie