Dancing in the moonlight

“Moe na een werkdag, racete ik naar de fietsenmaker om de fiets op te halen die ik had laten maken voor de komst van Jamie. Vervolgens zonder dat ik amper een moment had om stil te zitten en wat eten naar binnen te werken, vertrok ik naar het vliegveld. Daar stond ze dan. Jamie. Amper gesproken, maar desalniettemin super blij om een vertrouwd iemand een knuffel te geven. Ineens moest ik fulltime Nederlands praten en het eerste uur kwamen de woorden er ietwat stotterend uit. Jamie had honger, en ik als ervaringsdeskundige, weet dat dit een enorm probleem kan zijn. Daarom vertrokken we naar Mainstreet. Ook al kom ik daar niet vaak het zou een leuke area moeten zijn om wat te eten en ik wilde Jaim natuurlijk vooral de leukste kanten van Vancouver laten zien. Helaas. Geen bruizende straat en we moesten uiteindelijk toch best lang met de koffer lopen, voordat we een leuk restaurantje vonden. Ik overtuigde Jamie er van dat ze een biertje uit probeerde van de plaatselijke brouwerij bij haar avondmaal. Hoewel Jamie degene was met honger, uiteindelijk kreeg ze de maaltijd niet op en heb ik (als redder in nood) maar haar patatjes opgegeten. Een erg belangrijke taak (verder lijk ik totaal niet op mijn vader!).”
Ik kan me niet eens herinneren wanneer ik de voorgaande paragraaf opschreef. Waarschijnlijk begin dit jaar met het voornemen om een blog te schrijven om jullie goed op de hoogte te houden hier. Inmiddels is het 6 maanden later en is er zo veel veranderd dat ik onmogelijk een zo gedetailleerd verslag kan schrijven als jullie van mij gewend zijn. Ik weet niet eens hoe ik moet beginnen, maar bij mijn korte terug komst in Nederland in Februari heb ik mijn oom (Jos) beloofd dat ik nog ten minste een blog zou schrijven over mijn verblijf hier. Dus ik zal mijn best doen.
Ik zit momenteel aan een picknick tafel in het prachtige Leavenworth, Washington (USA) tussen de bergen. Om eerlijk te zijn is het nogal een gek toeristisch plaatsje met veel Amerikaanse toeristen in enorme RV’s. Ze proberen je een Europese ervaring te geven (de Alpen): dus Duitse straatnamen, muzikanten in lederhosen, en Zwitserse huizen. Ik ben hier met de trein gekomen via Seattle en dit is de eerste keer dat ik in mijn eentje kampeer en het heerlijk. Al moet ik eerlijk zeggen dat het meer een soort ‘Glamping’ is, want ik heb wifi en een geweldige douch. Al mijn andere kampeeravonturen zijn er wel wat anders aan toe gegaan.
Zo hebben Charlotte en ik ons vol goede moed ingeschreven voor een ice-climbing trip in begin februari. We hebben twee nachten gekampeerd in -25 graden Celcius. Kortom al het eten en drinken was bevroren en ons ontbijt bestond daarom uit Oreos, want Oreos bevriezen niet.. Voor de outdoor-club van UBC heb ik een trip-report geschreven over dit avontuur, dus mocht je meer willen weten over Ice-klimmen, dan kan je hier meer lezen: https://www.ubc-voc.com/2018/04/06/oreos-for-breakfast-daughter-of-ice-2018.
Mijn tweede “kampeer” avontuur was bij de Hotspring in Nordern British Columbia. Ik ben namelijk naar de Yukon (Provincie rechts naast Alaska) gevlogen in April om Keltie op te zoeken die een stage doet in Whitehorse. Vanaf het moment dat ik landde op deze prachtige plek voelde ik me gelijk thuis. Iedereen lacht, iedereen is blij. Al moet ik zeggen dat het misschien was, omdat het eindelijk niet meer -40 was wanneer je uit je bed kroop en de lente was aangebroken op het moment dat ik daar was. Nadat ik twee dagen op een fatbike de bergen in de omgeving had verkend terwijl Keltie aan het werk was, vertrokken we voor een 7-uur durende rit naar de veelbelovende hotsprings. Uiteraard raakte de tank bijna leeg en haalden we het amper tot het eerste tankstation, en overnachtten we in de middle of nowhere op een parkeerplaats in de auto terwijl het buiten vroor en de sterrenhemel je duizelig maakte als je te lang naar boven keek: zoveel sterren heb ik zelfs in de jungle niet gezien. Wat ik niet wist is dat naar-hotsprings-gaan in het noorden inhoudt dat je zolang mogelijk in het water blijft (lees: de hele dag), zodat je letterlijk de huid van je vingers niet meer voelt, omdat het water je huid heeft verschrompeld tot een maximum. Om deze activiteit vol te houden komt dit gepaard met een 3 Liter box met wijn of een ander alcoholische versnapering naar voorkeur. Wat ik me voornamelijk nog kan herinneren van deze dag was dat ik op  een moment op een boomstam stond in het water, in mijn bikini midden in het besneeuwde bos. Ik lachte hardop en kon me geen betere plek bedenken om te zijn op dat moment. 
Daar stopte mijn Noordelijke avontuur niet. Natuurlijk keek Keltie op een avond uit het raam en riep ze vol enthousiasme dat “They are out!” Het Noorderlicht. Dus we sprongen in de auto en reden de berg op achter haar huis om de lichten te zien dansen boven de bergen. Wow.

Een paar dagen later kwam Dougie ook naar het Noorden en nam ik afscheid van Keltie. Samen gingen wij het hondenslee avontuur aan. Wat mijn droom is sinds ik een kind ben, aangezien mijn favoriete kinderfilm Balto is. We werden opgehaald door een lieve, verstrooide vrouw (Marine) en meegenomen naar haar huis in het midden van het bos. Aldaar werden we verwelkomt door het geblaf van meer dan 40 honden en een penetrerende hondengeur. Allen konden ze niet wachten om te rennen. Dat is dan ook echt het enige wat ze willen doen, zo snel mogelijk rennen. Dat jij achterop de slee staat, boeit hun niets. Kortom: nadat we nog geen 5 minuten op weg waren passeerde de slee van Dougie mij, zonder Dougie. Regel nummer 1 als je valt is namelijk dat je de slee vast houdt, anders rennen de honden er vandoor met de slee. Gelukkig kwam de man van Marine er aan op zijn snow-mobile om de slee te stoppen. Toen dit later nog een keer gebeurde in de bergen, was hij er echter niet om ons te helpen dus maakte ik een noodsprong om de slee van Dougie vast te houden, terwijl ik de rem van mijn slee hard indrukte met mijn geleende sneeuwlaarzen. Yes. Dat voelde goed. Helaas voelde Dougie zich wat minder goed, want hij had wat last van zijn knie. Maar het is heerlijk om rond te scheuren door de bergen op de slee, en natuurlijk ging Marine ons altijd voor. 
Na dit avontuur werden we opgehaald door Vince, Dougies vriend die ons naar zijn prachtige thuis bracht, Atlin: een plaatsje met 300 bewoners in Nordern BC aan een enorm meer. Als je je afvraagt wat de mensen daar doen met hun tijd in the middle-of-nowhere.. De avond dat we daar aankwamen vertelde Vince ons meteen over de 15e verjaardag van Bob de volgende dag in de community hal (ofwel enige bar in het dorpje), Bob de kat. Ik dacht dat het een grap was, maar nee de volgende dag stonden we in de bar en ontmoetten we ongeveer het hele dorp. We kregen buttons met Bobs foto, konden bieden op schilderijen van Bob. Natuurlijk werd er ook gezongen voor Bob, en was er taart. Iedereen was vrij serieus en ik voelde me een beetje beschaamd toen ik in de lach schoot na het zingen van Happy Birthday en naar de chagrijnige kop van de kat keek. 
Dit geweldige sociale event leidde ertoe dat twee vrienden van Vince ons uitnodigde om te overnachten in hun kleine cabin op het ijs om te ijsvissen. Maar voordat het zover was, waren er nog een paar dagen te gaan. Een paar dagen die Dougie besteedde in de keuken, aangezien hij met zijn bezeerde knie niet echt op avontuur kon, en ik besteedde met mijn nieuwe liefde. En ik weet dat iedereen me voor mijn vertrek heeft ingepeperd dat ik niet verliefd mocht worden hier, maar… Ze heet Maggie, is ontzettend lief en heeft 4 poten. De liefste hond op deze wereld, en een van de grootste redenen dat ik geneigd was om in Augustus terug te keren naar Atlin voor een tweede bezoek, maar helaas gaat dat me niet lukken. Maar ik weet zeker dat ik een ander moment ga vinden om terug te keren naar deze magische plek. 
Na wat wandelingen met Maggie, gezellige etentjes met de lieve en gastvrije Vince en zijn verloofde Marvin, soms vergezeld door zijn vader (de beste verhalen-verteller), en wat interessante ontmoetingen met de “indigenous” community, was het tijd voor een camping avontuur op een van de eilanden midden in het meer.
Keltie was voor de gelegenheid naar Atlin gereden en aangezien het al donker was vertelde Vince ons dat we wel het beste het meer over konden rijden naar onze campingspot. Wij waren niet echt overtuigd van dit plan. Keltie stopte de auto letterlijk nadat we nog geen 5 meter het ijs op waren om te controleren of er geen aanwijzingen waren dat het ijs niet dik genoeg was. Hoewel we toen nog wat voorzichtig waren, scheurde we de volgende dag over het ijs terwijl Dougie het fenomeen filmde met zijn drone. Helaas moest Keltie de volgende avond weer terug naar Whitehorse, maar bleef ze nog even om het vuur voor het eerder genoemde hutje op het ijs op te stoken in de trommel van een oude wasmachine bovenop een grasmaaier. Dit blijkt een ideale set-up te zijn voor een kampvuur op het ijs. Daarna verliet ze ons en hebben Dougie en ik tot diep in de nacht geprobeerd een vis te vangen door een voor ons geboord gat in het meters diepe ijs. Alle moeite die was gedaan voor ons, leverde ons helaas geen resultaat op. 
Het was moeilijk om lieve Maggie te verlaten, maar met het idee in mijn achterhoofd dat ik haar weer zou zien in Augustus (wat dus niet gaat gebeuren), vertrok ik terug naar huis: naar Vancouver. Daar wachtten mijn liefste vriendinnen me op: Charlotte, Alex en Rino. In de tijd dat ik weg was waren zij hard aan het studeren geweest. Ook Dougie was weer in town en overtuigde me ervan dat het een goed idee was om een tulpenfestival te bezoeken. Yes sure. Charlotte zei al van te voren: “This is one of those places that actually looks more beautiful on a picture than in real life.” Maar gelukkig waren er stroopwafels. Ook stond gelukkig Whistler voor de daarop volgende dag op de planning. 
Whistler… dat breng me terug naar de komst van Jamie in begin dit jaar. Jamie is hier ongeveer 2 weken geweest en het voelt als een andere wereld, een ander Vancouver. Het was fijn dat er een vertrouwd gezicht was tijdens de feestdagen en hoewel ik een hekel heb aan oud en nieuw, moet ik zeggen dat afgelopen jaarwisseling me weer vertrouwen heeft gegeven in het vieren van dit moment. Het enige wat daar voor nodig was; geweldig eten, wijn, geweldige mensen, een kampvuur en naakt zwemmen om 2 uur in de nacht. Het enige vervelende van dit avontuur was, dat we de volgende ochtend vroeg werden opgehaald om naar Whistler te gaan. Aangezien Jamie hier maar voor een korte periode was, was natuurlijk elke dag volgepland. Dus met een paar uur slaap, stapte we de volgende dag in de auto naar Whistler voor mijn derde Snowboard avontuur. Gelukkig is ze een geweldige lerares en zelfs tegen het einde van de middag, toen ze me meenam naar een “intermediate” piste, mijn moeheid echt begon in te kikken, ik na de honderdste valpartij de lol niet meer in zag en de tranen in mijn ogen begonnen te prikken, was zij zelfs geduldiger dan ik. Na een korte motiverende speech bereikte we eindelijk de bodem van de heuvel. Dank je lieve Jaim. Nu het winter-seizoen over is, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik nu zonder probleem desbetreffende heuvel af ga. Of ik er ook zo soepel uitzie is een ander verhaal. Ik bedoel tijdens mijn laatste board sessie was ik tegen het einde van de dag iets te zelfverzekerd en maakte ik een, naar mijn mening, erg indrukwekkende val.. Hoewel de “slushy spring snow” voor een zachte landing zorgde, was ik toch iets wat gechoqueerd achteraf en deed ik het vervolgens wat rustiger aan. Ik denk dat ik tenminste 20 dagen op de piste heb besteed, al moet ik eerlijk zeggen dat het niet altijd even actieve dagen waren, aangezien Whistler niet alleen bekend is vanwege de indrukwekkende bergen maar ook de feestjes… Mijn laatste dag snowboarden was in mei, en het deed pijn in mijn hart. De prachtige bergen en het typische wintersport plaatsje, hebben voor altijd een plek in mijn hart. Het was gek om die dag de rotsen te zien verschijnen, omdat het meeste sneeuw was gesmolten, een beer – wakker van haar winterslaap – te zien rondstruinen vanuit de chairlift en niet in eindeloze rijen te moeten wachten voor de lift… 
Maar dat is niet alles. In Maart besloot ik dat snowboarden in een resort niet genoeg was, dus ik schreef me in voor een nieuw avontuur: tele-mark skieën in the backcountry. Aangezien ik 2 dagen tele-mark skies had uitgeprobeerd in een resort met niet al te veel succes, dacht ik dat ik wel klaar was voor dit avontuur. (Dit is inderdaad geen logische beredenering). Zenuwachtig stuurde ik de avond voor mijn vertrek honderden sms’jes naar Keltie, een ver gevorderde skiër, met vragen over wat ik wel en niet mee zou moeten nemen. Ze was nogal skeptisch over de verantwoordelijkheid van de tripleiders, die ons mee wilden nemen over de nevi-traverse, wat niet een al-te-beginner-vriendelijke traverse is. Telemark-skies zijn ouderwetse toer-ski’s.. De hiel is continu los, dat is nodig om een berg te beklimmen met de ski’s, maar om naar beneden te skiën vereist het een hele andere techniek dan normale ski’s.. Hoewel er tegenwoordig AT-ski’s bestaan, waarbij je de hiel kan vastklikken wanneer je naar beneden gaat, besloot ik toch voor de tele-markski’s te gaan, want die kan ik gratis huren van de outdoor-club. Bij het opgaan van de berg plak je ‘skins’ onder de ski’s die voor de wrijving zorgen met de helling en de sneeuw. Al met al kan ik na afloop van het avontuur zeggen dat ik niet de langzaamste was en dat ik super dankbaar ben voor alle gevorderde toerskiërs die me hebben geholpen om zonder valpartijen een ijzige helling te beklimmen met ski’s. 
Natuurlijk zorgde de hoeveelheid sneeuw ook voor wat verwarring voor het volgen van het pad en stonden we na verloop van tijd onder aan een steile helling met diepe sneeuw die onmogelijk te beklimmen was met ski’s. Tijd om te boot-packen: Ski’s vast maken aan je backpack en in je ski-boots de berg op struinen. Tot we een iets minder steil stuk bereikte waar we weer verder konden skiën… Daar aangekomen, probeerde ik iets wat nerveus een plek te vinden om mijn ski’s neer te leggen, maar ik zonk weg in de diepe sneeuw tot mijn knieën bij elke stap die ik verzette en ik besloot dat het me niet ging lukken. Ik vervolgde de weg boot-packend tot ik de wat compactere sneeuw had bereikt van de trail. 
Gedurende deze tocht stelde ik me voor dat ik een berg in de Himalaya aan het beklimmen was, maar in werkelijkheid was ik gewoon niet capabel genoeg om op die plek midden in the poeder sneeuw m’n ski’s weer aan te krijgen. Dus gevolgd door de andere beginners ploeterde ik me een weg door de sneeuw. Super vermoeiend met een backpack en ski’s op je rug. Met elke stap zonk ik minstens tot mijn knieën in de sneeuw. Dankbaar waren de anderen die me volgende dat ik de verantwoordelijkheid had genomen om de “trail” te “breken” en zij mijn voetstappen konden volgen. Maar het was fantastisch, en hoe vaak ze me ook vroegen of ze het niet over moesten nemen: ik bleef standvastig doorgaan. Wat elke keer opnieuw een opgelucht antwoord opleverde, want eigenlijk wilden ze de leiding niet overnemen.  Uiteindelijk bereikte we weer de trail waar de gevorderde skiërs geduldig op ons aan het wachten waren. 
Veel later dan gepland bereikte we Garibaldi lake, het meer waar Hilal en ik vorige herfst gekampeerd hebben. Maar nu was het meer bevroren en bedekt onder een dikke laag sneeuw, en de unieke turquoise kleur van het meer was verborgen. Het was te laat om de nevi-traverse over te gaan, maar op ruim een uur afstand aan de andere kant van het meer was een hut waar we konden overnachten. Dus we begonnen aan de eindeloze tocht over het meer naar de hut. Een meer moet oversteken is een bezigheid die veel doorzettingsvermogen en geduld vereist. Vooral omdat je continu ziet waar je heen gaat, maar je doel niet echt dichterbij lijkt te komen. Zeker aangezien we ons opnieuw door een diepe laag sneeuw moesten bewegen aangezien niemand onlangs  het meer had overgestoken en dus een pad had gecreëerd. Al met al duurde het ongeveer 2 uur om de hut te bereiken. Je moet je voorstellen dat je te midden van een witte massa staat omringt door besneeuwde bergen. Het was zo ongelofelijk prachtig. Om de zoveel tijd stond ik even stil om om me heen te kijken en me ontzettend klein te voelen te midden van deze natuurwonderen. 
De volgende dag was een grotere uitdaging, via het smalle pad weer naar beneden skiën. In het begin was het te doen, maar al gauw kwam ik erachter dat mijn “turns” niet snel genoeg waren en liet ik me bij elke bocht vallen om niet uit de bocht te vliegen. Cassandra, de tripleider, bleef bij me in de buurt en was onder de indruk van mijn doorzettingsvermogen. Maar toen ik halverwege mijn ski’s uittrok en besloot het laatste steile stuk te “boot-packen”, kon ze de opluchting niet verbergen. Een mens heeft ook een limiet aan haar geduld. Naar-beneden-wandelend passeerde ik wat anderen beginners die ook aan het wandelen waren begonnen. Eén iemand had haar voet verstuikt en de andere tripleider skiede daarom naar beneden met twee back-packs. Ook iemand anders had een probleem. Al met al; toen ik het begin van de “switch-backs” had bereikt legde de tripleider me uit dat er twee back-packs naar beneden gebracht moesten worden en vroeg hij of ik het laatste stuk naar de auto’s (ik was er nog niet) snel naar beneden kon skiën om 2 gevorderde skiërs terug te sturen om te helpen. Ik slikte even, maar was de enige die kon helpen aangezien de andere 4 beginners zich nog ergens op de trail bevonden en het donker begon te worden. Hij legde een van de back-packs neer en begon zijn terugtocht om de andere helpen. Ondertussen trok ik mijn ski’s weer aan en pakte al mijn moed bij elkaar. “You can do this.” Maar na alle valpartijen was mijn zelfvertrouwen ver te zoeken en voor ik het wist lag ik alweer op de grond. Ik zocht mijn head-torch, haalde een paar keer diep adem en probeerde op te staan, maar mijn zware backpack bracht me uit evenwicht en voor ik het wist lag ik weer op de grond. Vanuit de verte hoorde ik een beginner (wandelend) dichterbij komen: “Are you okay?” Was ik oké? Ja. Dacht ik. Ik legde mijn backpack op de grond stond op en ze hielp me om mijn backpack weer om te doen. Daar ging ik, zonder een andere valpartij en voor ik het wist was ik terug bij de auto waar ik de andere vond en ze kon vertellen dat er hulp nodig was. 
Misschien denk je dat ik na dit avontuur ik me wel heb  moeten realiseren dat ik eerst mijn skills moet verbeteren voordat ik me weer in de back-country kan begeven. Nee, mijn gedachten waren: Nu ik dit overleefd heb, kan ik alles aan. Dus in eind april overtuigde ik Charlotte ervan dat we naar Elfinlakes moesten toeren: een andere “beginner-vriendelijke trip”. Charlotte huurde een splitboard en hoewel het haar eerste keer was dat ze een berg beklom met een splitboard, ze had de draad snel te pakken en ik verloor haar continu uit het oog, maar lief als ze is wachtte ze me vaak op. Gelukkig voelde ik me veel zelfverzekerder op mijn ski’s en was dit keer de hitte de oorzaak van het trage tempo van de gehele groep. Ook hoorde ik dit keer bij de snelle groep, wat me iets wat (te) trots maakte. Voor ik het wist bereikte we de hut en door het enthousiasme van de tocht, realiseerde ik me op dat moment pas dat er zich door de warmte en wrijving van mijn ski-boots een enorme blaar was ontstaan op de binnenzijde van mijn hiel. Tijd om mijn ski-boots uit te doen. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik langzaam de ski over de pijnlijke plek probeerde te trekken. “Do it quick.”, adviseerde Charlotte. Maar het deed zo veel pijn dat ik het niet op kon brengen, maar met wat “ademtechnieken” (ofwel hyperventilatie?) is het me uiteindelijk gelukt. Het enige alternatieve paar schoenen dat ik kon aantrekken om de middag en avond door te komen was een paar teenslippers. Dus daar liep ik dan: door de sneeuw in mijn teenslippers. Het was zo warm dat Virginie en ik besloten dat we prima konden zonnen in ons ondergoed, dus dat deden we. Dus iedereen van de groep die later aankwam bij de hut trof ons aan voor de hut in ons ondergoed, zonnende in de sneeuw. Natuurlijk kwamen we met 2 andere meiden toen op het idee om ook maar een foto te maken van deze gelegenheid. Dus er bestaat nu een foto van mijn billen en 4 andere billen met op de achtergrond besneeuwde bergtoppen. 
De volgende dag kwam het volgende pijnlijke moment.. Ik moest mijn ski-boots weer aandoen.. zelfs bedekt onder vele lagen sprongen de tranen weer in mijn ogen toen ik me in de boots wurmde. Ik besloot daarom iets eerder dan Charlotte met een langzamer team te beginnen aan de terug tocht.. met z’n drieën moesten we langzaam het eerste stuk weer op en neer skiën (met de skins nog onder de ski’s). Hoe pijnlijk het ook was, met het nodige doorzettingsvermogen ging het prima totdat.. de “binding” van Maria brak. Zij stond voor de eerste keer op tele-mark ski’s en had deze overgenomen van een andere meid die haar knie had geblesseerd en aan het wandelen was. Gelukkig had ik van de outdoor club de nodige banden gekocht die in allerlei situaties van pas komen, waaronder deze. Geïmproviseerde “bindings” die keer op keer versteld moesten worden. En elke keer dat we moesten stoppen om dit te corrigeren voelde ik de blaar, die inmiddels geen blaar meer was maar eerder een open-wond, kloppen in mijn schoen. Ik wilde doorgaan en zorgen dat dit avontuur zo snel mogelijk voorbij was. Uiteindelijk bereikte we het middelpunt van de tocht, waar iedereen in een hut ongerust op ons aan het wachten was. Wij drieën wilden zo snel mogelijk door en zonder te wachten tot iedereen klaar was voor vertrek, trokken we de skins van onze ski’s af en de zenuwen begonnen weer door mijn lijf te gieren: bang dat het weer een eindeloze valpartij-missie zou worden. Dat werd het echter niet. Bij het naar beneden skiën was er amper wrijving in mijn schoen. Bovendien was de trail was een stuk makkelijker en breder dan de Switch backs bij Garibaldi, en voor ik het wist stonden we met z’n drieën als eerste op de parkeer plaats. Wow. “I want to go again.”, riep ik enthousiast. Al dacht mijn open-wond daar anders over en wachten we gewoon geduldig op de rest. 
Dit was niet de enige keer dat ik me in avonturen begaf die misschien iets boven mijn niveau lagen. Zo heb ik hier in Washington een mountainbike gehuurd om van mijn camping naar de cursus te fietsen die ik volg. In Whitehorse had ik een fat-bike gehuurd, omdat er nog sneeuw lag, en heb ik wat mountainbike routes uit geprobeerd. Ik vond dit zo geweldig en werd er zo gelukkig van om me op een fiets snel te bewegen door een bos en over de bergen, dat ik “gewoon” mountainbiken ook wel moest proberen. Vandaar dat ik een paar dagen geleden, de ochtend voor mijn eerste les van de AWLS-cursus, de bergen beklom en afdaalde met mijn gehuurde fiets. Dit vond ik zo geweldig dat ik in de avond na afloop van de cursus een wat gevorderde route wilde uit proberen. Helaas is er toch echt wel wat meer techniek nodig voor mountainbiken dan mijn naïeve zelf in gedachte had. Daar stond ik dan te midden van een heel steil stuk gestrand omdat ik niet genoeg vaart had, met mijn remmen ingedrukt omdat anders mijn fiets naar beneden zou glijden en mijn tenen in mijn schoenen in de helling gedrukt. Stap voor stap probeerde ik de berg te beklimmen, maar de zandige ondergrond maakte het onmogelijk en elke stap bracht me eerder iets verder naar beneden dan omhoog. De noodoplossing was de mountainbike op de grond neerleggen (ofwel gooien), zonder dat deze van de klif zou glijden en mezelf ook “neerleggen” op de grond. Ik lachte in mezelf en keek naar de fiets. Terwijl juist ik verantwoordelijk zou moeten zijn, aangezien ik een Advanced Wilderness Life Support course volg. Ik ben daarom ook de helling weer langzaam afgedaald en naar de makkelijkere route gefietst. Ook vandaag was ik verantwoordelijk genoeg om na een korte mountainbike-sessie, om te vieren dat ik mijn certificaat van mijn cursus gehaald heb, net op tijd uit het bos te fietsen; voor een storm zich over de vallei begaf. Dat moest ook wel, want mijn toets bestond onder andere uit een scenario waarin 3 mensen waren geraakt door bliksem.
Hoewel deze nieuwe hobby iets meer “exciting” is dan normaal ‘road-biken’, heb ik ook in deze activiteit, als trotste dochter van de secretaris van de Castricumse fietsersbond, een liefde gevonden. Mede door Charlotte die me er een weekend in april van overtuigde dat het een beter idee was om naar een van de eilanden (Salt Spring Island) te fietsen dan om te gaan snowboarden. Ik was niet geheel overtuigd, maar ik gaf uiteindelijk toe. Drie uur fietsen naar de veerboot en enorme heuvels op en af op het eiland zelf met een backpack. Het was heerlijk, vermoeiend en prachtig. De eilanden rond Vancouver, zijn alles wat je verwacht van eilanden. Enorme bossen, schattige huizen, hippie marktjes en stranden waar vanaf je in het water de otters en zeehonden elke seconde kan zien opduiken. We kampeerde min of meer op het strand en de volgende dag vertrokken we naar een cafeetje in het midden van het bos, om tot de veerboot zou vertrekken te lezen en taart te eten. Een uur voor dat de boot vertrok, vertrokken we per fiets naar de boot. Anna verdween al gauw uit het zicht, aangezien ze zich realiseerde dat het meer dan een uur fietsen was, en de boot niet wilde missen. Wij, Charlotte Jess en ik, hadden de island-vibe wat meer te pakken en deden wat rustig aan. Achterafgezien was dat een goede keuze, want toen we de terminal bijna hadden bereikt zagen we een fietser heel hard de andere kant op fietsen, schreeuwende: “The ferry is full.” Wat verward belde we Anna die dit bevestigde en zij dat we als de mallen naar de andere kant van het eiland moesten fietsen om een andere boot te halen, zij haalde ons wel in zei ze. Wij realiseerde ons niet dat er 3 havens waren op het eiland en belandde dus bij de verkeerde haven. Doodop en geen energie meer in onze benen, probeerde we een lift te vinden, maar helaas hebben 3 meiden met 3 fietsen geen kans op slagen.. Daarom besloten we na een paar bier en een fish and chips dat we in het bos gingen kamperen.

De volgende ochtend vertrokken we vroeg om de eerste boot te halen, moe en zonder koffie zaten we bij de haven tot Charlotte’s ogen heel groot werden en ze verschrikt naar haar fiets liep en deze van onder tot boven bekeek. “Where is the tent?” Al snel concludeerde we dat deze van haar fiets gevallen moest zijn. Zonder ontbijt en met een gebrek aan slaap liep ik geirriteerd naar de verkoopster van de tickets en legde ik de situatie uit. Zij vertelde me vervolgens dat ze me nog geen tickets kon verkopen voor de volgende ferry, omdat deze pas een uur van te voren in de verkoop gingen en dat er een risico was dat deze ferry vol zou raken en ik wellicht weer vast kon komen te zitten voor een extra nacht op het eiland. Daarom besloot ik de tent te verlaten voor wat het was en nam ik in stilte plaats op het bankje naast Jess en Charlotte die zich realisseerde dat ze maar beter hun mond konden houden.

Al snel na terug komst postte Charlotte een bericht op Facebook met de uitleg van de situatie en de coordinaten van onze tentspot op de “You are a Salt-springer if..” Facebook pagina. Dit leverde de nodige discussies op onder de eilandbewoners. Zo ontstond er een team dat vond dat wij als stadse mensen het eiland vervuilen met het “illegale” wildkamperen en een team dat vond dat wij alleen maar probeerde te genieten van de natuur. Uiteindelijk bleken er heel wat mensen bereid om te zoeken naar onze tent, en heeft Charlotte zelfs geskyped met een vrouw die zich life in het bos bevond opzoek naar onze tent. Zonder resultaat. Totdat 2 weken later ik in Whitehorse terwijl Keltie en ik de film Balto aan het bekijken waren, het bericht van Charlotte ontving dat ze e-mail had ontvangen van iemand die onze tent gevonden had. Halleluja. Hilal heeft de tent uiteindelijk enkele weken later opgehaald.

Ik heb het gevoel dat de eilanden mij vervloekt hebben, want toen ik een paar weken geleden met Jin naar een ander eiland fietste (Galiano) besloot mijn fiets het halverwege de 30km naar de camp-site te begeven. Voor jullie informatie Jin is een 47 jarige vrouw die 15 jaar geleden is ge-emigreerd uit China en haar eigen business heeft opgebouwd hier en sinds enkele jaren, sinds haar zoon ein-de-lijk  is begonnen met de universiteit in haar woorden, is begonnen met snowboarden, klimmen en allerlei andere avonturen. Ze is een duidelijke solist en het was een interessante ervaring om dit avontuur met haar aan te gaan. Ik ken haar omdat ze me een paar keer een lift heeft gegeven naar Whistler, en een een keer met haar heb gesnowboard. De eerste keer dat ze me een lift gaf was met Jamie op onze brakke ochtend. En ik denk dat ik aangezien ik haar toen heb verteld dat ik die nacht naakt had gezwommen ze een soort respect voor me had ontwikkeld en ze in mij een  nieuwe avontuur-buddy zag. Maar daar stonden we aan de kant van de weg, aangezien mijn achterwiel heen en weer zwalkte als een gek en onbetrouwbaar was als een gek. Naieve ik dacht dat er alleen iets aangedraaid moest worden, en meerdere auto’s met vriendelijke eilandbewoners stopte om ons te helpen, zonder resultaat. Niemand had de nodige materialen om het probleem op te lossen. We besloten daarom maar de tuin van iemand in te lopen en hulp te vragen. De vriendelijke bewoner vertelde ons het slechte nieuws dat de as van mijn wiel vervangen moest worden.. Maar het goede nieuws was dat er een fietsenmaker op het eiland was en hij ons daar wel heen wilden brengen met fiets en al. Deze fietsenmaker was helaas niet thuis, dus we besloten in de tuin te lezen en van het weer te genieten tot deze thuis zou komen. Totdat ik iemand binnen zag lopen. Was er dan toch iemand thuis? Jin zag niemand en was niet overtuigd van de kwaliteit van mijn zicht.. Toen ze echter wat later aan het rondfietsen was op zoek naar mensen die konden vertellen wanneer de fietsenmaker thuis zou komen, bleek dat deze een verlegen zoon heeft en dat we die maar vooral met rust moesten laten. Aha.
Uiteindelijk besloten we de fietsen achter te laten met de boodschap dat we deze de volgende dag wel weer zouden ophalen en naar de camping te liften.

Opnieuw werden we overtuigd van de vriendelijkheid van de eilandbewoners en bereikte we nadat we wat verdwaalde in een bos eindelijk de camping. Daar werden we ontvangen door de ranger die we desbetreffende ochtend ontmoet hadden en ons verteld had van het bestaan van de camping.
Technisch gezien vertelde hij ons dat de camping alleen via de zee (met kayaks) bereikbaar was, omdat je ‘private property’ of ‘indigenous land’ over moet om de plek over land te bereiken. Maar hij vertelde ons ook dat niet iedereen zich daar wat van aantrok en dat als je de rust niet verstoorde je best door het bos de plek kon bereiken, al mochten wij niet laten merken dat hij diegene was die dit ons verteld heeft. Dus ik zal geen namen noemen. Bij aankomst vertelde hij ons waar we het best konden kamperen. Wow.

We zette onze tent op in het midden van de bos en met uitzicht over Vancouver, Bowen Island en de bergen. Het was onbeschrijvelijk mooi. En aangezien we de enige waren op de plek, konden we de volgende dag om onze dag fris te beginnen, de zee induiken. Ik realisseerde me niet dat Jin niet kon zwemmen en kwam daar pas achteraf achter, maar het verklaart wel waarom ze zo enorm veel foto’s wilde maken. Vandaar dat er opnieuw een foto is van mijn achterkant en op de achtergrond heel vaag zichtbaar (maar eigenlijk niet zichtbaar want het was bewolkt die ochtend) de contouren van de bergen en Vancouver. Mama had natuurlijk het commentaar of ik niet aan iedereen mijn billen wil laten zien, vandaar dat deze foto te vinden is op mijn blog. Ja mama.
Die middag konden we mijn fiets, gemaakt en al, ophalen en konden we nog wat uithoeken van het eiland verkennen per fiets voordat we terug moesten keren naar de ferry.

Wellicht lijkt het na het beschrijven van alles wat ik hier heb meegemaakt alsof ik alleen maar in de bergen ben en dat ben ik ook wel in de meeste weekenden, maar doordeweeks werk ik en heb ik zo nu en dan BBQ’s, vrijdagmiddagborrels met mijn collega’s en probeer ik hun vol enthousiasme te vertellen over mijn klimavonturen. Helaas blijkt elke keer opnieuw dat het nooit lang duurt voordat het onderwerp wordt veranderd in een meer science gerelateerd onderwerp en vind Arjun mij vooral een ‘bike- and climbingsnob’.. Ik probeer hem al maanden aan het fietsen te krijgen, aangezien hij een geweldige fiets heeft ,maar nooit gebruikt. Inmiddels is het me 2 keer gelukt. Een andere collega heb ik een paar keer meegenomennaar de indoorklimhal. Ik (indoor) klim een paar keer per week en ga ik nog steeds elke maandag avond naar de yoga les van Josh. Ik klim de laatste tijd bijna twee tot drie keer per week en het is geweldig. Ik vind het geweldig. Naar de sportschool gaan is nooit echt mijn ding geweest, maar nu begrijp ik pas echt dat (indoor)sporten geweldig kan zijn en niet iets wat gedaan “moet” worden om in goede conditie (gezond) te blijven. Hoewel het me nooit is gelukt om op 8 uur op werk te zijn, is het me wel al meerdere keren gelukt om zelfs voor die tijd in de klimhal te staan. Ik ben een langzame leerling, maar ik neem je met liefde een keer mee als ik terug ben. Ik neem graag beginners mee om met hen de liefde voor de sport te delen en te delen wat ik de afgelopen maanden geleerd heb.

In mei heb ik leren voorklimmen. Aangezien Charlotte, Alex en Rino het land uitwaren in mei, was ik bang dat ik het moeilijk zou vinden om me nog thuis te voelen in Vancouver. Toch wist ik Hilal, die altijd druk is met haar master er van te overtuigen om weer eens met mij op avontuur te gaan. Aangezien zij diegene is die me heeft overtuigd dat ik klimmen geweldig zou vinden, en ik momenteel meer klim dan haar, was het niet moeilijk om haar te overtuigen om ons in te schrijven om te leren voorklimmen met de outdoorclub. Op een soort gelijk event (de “Rockparty”) in de herfst heb ik Charlotte ontmoet. Ik had niet dat outdoor-klimmen opnieuw twee geweldige vrienden zou opleveren: Sarah en Osvaldo. Beide goede klimmers die me de desbetreffende dag hebben geintroduceerd tot voorklimmen. Wat inhoudt dat het touw niet al hangt maar het touw aan je vast gebonden zit en je op je weg omhoog inklipt. Iets wat spannender dus. Wat zeg ik. Heel wat spannender. Die dag heb ik een route beklommen een “anker” gebouwd zodat andere ook de route konden beklimmen, de route afgedaald, opnieuw beklommen, het “anker gecleaned” en “repelled down”. Ik weet absloot nog niet de juiste vertalingen van deze begrippen en als je geen idee hebt waar ik het over heb, dan leg ik het je met liefde uit als ik weer terug ben in Nederland. Geloof me het is geweldig. Het uitzicht was prachtig en het is zo heerlijk om de hele dag buiten actief bezig te zijn. ’s Avonds was er een kampvuur en leerde ik Osvaldo in return, voor zijn geduld voor het leren van alle klimskills, hoe hij de beste Marshmallows kan maken. Blijkbaar ben ik de Marshmallow master. Hoewel ik Sarah al kende, omdat ik regelmatig met haar binnen klim, heeft dit avontuur ons zeker betere vrienden gemaakt. Ook was ze nogal onder de indruk van Hilal en mijn “glamping-style”  aangezien we een “uitgebreide” maaltijd maakte op de camping onder het genot van een beker wijn, nadat we in het donker thuis kwamen na de dag klimmen en we ook haar een maaltijd voorschotelde. Hoewel de doorsnee maaltijd was die bestond uit tortellini’s met tomatensaus, courgette, ui en paddenstoelen, smaakte het heerlijk.

Na dit evenemt heb ik in Sarah en Osvaldo twee nieuwe outdoor-buddies gevonden, en kon ik Rino meteen meeslepen op een klimavontuur-weekend met hun nadat ze terugkwam van een bruiloft uit Mexico. Daar ontstond een traditie van klimmen, tortellini’s, nieuwe klimvrienden, een kampvuur, en heel veel marshmallows. Het is indrukwekkend hoe een outdoorsport mensen zo snel verbind. Ik merkte het al met wintersport, maar ook met klimmen besteed je een hele dag rond dezelfde plek buiten rond vreemdelingen die je soms vertrouwd met je leven als je ze jou laat zekeren. Iedereen is open en blij, want we doen wat we geweldig vinden op geweldig mooie locaties.

Ik kan wel zeggen dat mijn leven drastisch is veranderd en ik hoop dat ik een manier vind om deze “outdoor”levensstijl te integreren in mijn Amsterdamse leven als ik terug ben. Vorige week ging ik voor het eerst sinds tijden uit en Hilal en Rino keken hun ogen uit toen ze me zagen met eye-liner en lippenstift. Op eens had ik er behoefte aan om me op te maken, al had ik er de volgende ochtend al spijt van toen ik de zwarte lijn boven mijn ogen probeerde te verwijderen, zonder make-up remover. Ik besprak het met Josh toen we in Stanley park in het gras zaten te wachten tot het optreden van Xavier Rutt zou beginnen.
“Yes you are changed from the city girl to the hippie feminist.”
“Feminist?”
“Yes you don’t give a ** anymore. If you don’t feel like shaving your armpits you don’t do it anymore.”
“Well, I ruined it.. I shaved my armpits.”
“OOO NOOO, you did not!?”
“It was just causing to much sweating.”, antwoordde ik.

Misschien waren dit te veel details, maar het komt er op neer dat Vancouver me heeft realiseren wat ik misschien al lang wist. Ik hou van de bergen. Ik wil dicht bij de bergen wonen en ik weet nu dat er geweldige activiteiten zijn die ik daar kan doen. De cursus die ik hier heb gevolgd in Advanced Wilderness Medicine, is een start richting een toekomst waarin ik hoop mijn liefde voor de bergen en wildernis te combineren met geneeskunde.

Natuurlijk is die desbetreffende city-girl nog steeds een deel van mij en ga ik nog steeds wel eens uit en kan ik jullie vol “trots” vertellen dat Alex en ik een keer over het hek van de campus zijn geklommen om niet te hoeven betalen voor een niet al te denderend studentenfeestje. Vorige week belandde ik met Osvaldo en zijn Chileense vrienden op Granville street. Een straat van de veel te korte rokjes, hoge hakken en slechte muziek. Ik stuurde een appje naar Charlotte met de mededeling dat ze me moest komen redden, omdat ze in Zuid-Amerika zit en zij me meestal meeneemt naar de goede feesten met goede muziek. Helaas nam ze m’n grap iets te serieus en stuurde ze Rino een ongerust appje toen ik niet reageerde met de vraag of alles wel goed met me ging. Het is gek. Ik mis Charlotte meer dan dat ik Nederland mis. Gelukkig gaat Charlotte in Duitsland wonen voor een stage vanaf September. Ik heb voor haar verjaardag een youtube filmpje gemaakt met onze avonturen.


Zij, Alex, Rino Josh en Hilal hebben er het afgelopen jaar voor gezorgd dat Vancouver voelt als een thuis. En hoewel Alex een maand in India was, Charlotte in Zuid Amerika, Rino in Mexico, Hilal druk was met haar Master en Josh met zijn studie; Vancouver is nog steeds een thuis. De bergen zijn altijd op de achtergrond aanwezig. En nu het weer mooier wordt is het zo erg nog niet om een weekend in de stad te zijn om op het strand te kunnen volleyballen of in mijn tuin een boek te kunnen lezen. Al blijven de bergen me roepen en is het moeilijk om als je een liefde in al de activiteiten hebt gevonden om stil te staan en te realiseren waar je bent. Ik ben zo ontzettend dankbaar voor alle mogelijkheiden die ik hier heb gehad en nog ga hebben. Ik ben zo ontzettend, ongelovelijk dankbaar voor alle geweldige mensen die ik hier heb ontmoet. Ik ben zo blij dat ik weer weet welke richting ik op wil met mijn toekomst. En ten slotte ben ik ook heel erg blij dat ik weet dat het einde van dit avontuur in zicht is, zodat ik eindelijk weer bij mijn allerliefste familie en vrienden in Nederland kan zijn.

Tot in Augustus of September.

Heel veel liefs,

Eva

PS Meer fotos vind je hier:
Met Jamie
Januari-februari
Maart-April
Whitehorse
Mei-Half juni

Plaats een reactie