Als het water te snel gaat om te passeren, dan stop ik niet en ben ik volledig.
Al lijkt het water nodig om te overleven,
ik kan niet stopen tot een waterval me terug laat vallen naar de aarde.
Al probeer ik te varen, het zou beter zijn om weg te zwemmen in kalme wateren.
Het lukt me niet om het te relativeren en te realiseren dat juist dat, de juiste beslissing zou zijn.
Echt kalm ben ik niet en zal ik niet zijn als ik deze koers blijf nemen.
Ik weet dat er vele watervallen op de route voor me liggen.
De berg zal ik nooit bereiken.
Deze richting is zo veel aantrekkelijker dan de terug keer.
Ik weet alleen niet of ik sterk genoeg ben om te blijven varen met pure concentratie: zonder me een keer te ver te laten gaan, omdat ik niet kan omgaan met de stroming.
Als jij eens wist hoe jij de stroming van het water beinvloed, dan zou je me misschien begeleiden naar die kalme wateren die ik anders veel geleidelijker zou bereiken.
Nu wil ik niet dat de stroming stopt, maar ik wil ook niet verder geleid worden.
Ik wil mezelf trainen om de stroming te overmeesteren.
C.

Plaats een reactie