Ineens werd mijn blik verstoord, door een gezicht dat ik niet kende.
Hoewel de kennis mij ontbrak, leek het toch alsof ik ineens jou zag.
Niet meer wetende wat te doen, probeerde ik te negeren wat ik dacht.
Nu dacht ik alleen maar dat je daar zat, al wist ik dat het niet zo was.

Midden in mijn gezichtsveld bevond zich een stoorzender.
Ik wilde me focussen op de storing, zodat ik kon analyseren wat de bron was.
Ik hoopte dat ik daar kon vinden wat ik zocht, al wist ik dat het niet kon.
Dus bleek, hoe vaker ik keek, dat de gelijkenissen verder weg waren dan ik had gehoopt.
Al had ik de bron die ik zocht misschien eerst veel beter moeten bekijken, voordat ik mijn zoektocht begon.

Vervolgens moest ik tot de realisatie komen dat er niemand is zoals jij.
Hoe hard ik mezelf ook probeer te overtuigen dat er wel een mogelijkheid is.
Daarom hoop ik dat ik een storing vind, die dan wel niet lijkt op de bron, maar wel hetzelfde effect heeft op mij.
Al is de kortsluiting op dit moment ver te zoeken, omdat geen enkele storing mijn hart sneller laat kloppen dan jij.

C.

Plaats een reactie