Het liefst vlieg ik door het water heen, zonder te worden onderbroken.
Nu weet ik dat dat niet lukt en ik al gauw genoeg verstrikt raak in een touw.
Misschien wel tevreden met het pijnlijke gevoel dat het snijdende touw geeft aan mijn vinnen tijdens het zwemmen, probeer ik te vergeefs door te springen.
Het lukt echter niet omdat het aantrekkelijke gevoel niet te negeren valt.
Het lukt niet omdat het touw mij aantrekt en ik direct val voor de luchtigheid waarmee ik ineens door het water wordt getrokken. Nieuwsgierig naar de onvoorspelbaarheid, want wat dit gevoel brengen zal weet ik niet en hoef ik ook nog niet te weten.
Wanneer ik bijna het einde heb bereikt, word ik weggeduwd. Ik spartel tegen, omdat ik het gevoel weer wil ervaren. Te vergeefs. Ik probeer weer door te zwemmen en te springen, maar de littekens van het snijdende touw zijn nog steeds aanwezig en moeilijk te negeren.
Ineens word ik weer terug getrokken en het gevoel dat het water mij geeft terwijl ik er doorheen word gesleurd is onvoorstelbaar. Een tinteling trekt door mijn gladde lichaam en ik zwem mee. Ik zwem te hard mee, want ik knal tegen de bodem voor ik het einde heb kunnen bereiken. Het touw is weg.
Er is geen spoor meer van aanwezig. Alleen de littekens op mijn nu stroeve huid, zijn nog te herkennen.
Ik zie ineens een hok staan. Waarschijnlijk is het touw daar in verdwenen. Nu weet ik dat dit gevoel niet gaat om het hokje, maar wel om het touw dat er in zit. Al laat ik mezelf wijsmaken dat het gaat om de bestuurder van het touw dat er ineens een hok om heen heeft geplaatst.
Mijn nieuwsgierigheid probeer ik in bedwang te houden, terwijl ik weg zwem.
Terwijl ik de ervaring nog door mijn lichaam voel stromen en ik weet dat de stroming van de zee mij terug roept naar die plek.
Ik wil echter weg van de plek, waar men hokjes geplaatst heeft. Ik wil weg van de plek waar bepaald is dat er hokjes zijn. In mijn beleving zijn die er namelijk niet. Er is alleen maar dat verschrikkelijke touw, dat littekens heeft achter gelaten.
C.

Plaats een reactie