Hoe eenvoudig kan het leven zijn dobberend op het water.
Kijken naar de nietszeggende golven die veroorzaakt worden door de wind.
De wind die een licht briesje veroorzaakt tegen je veren.
Er plakt een veer aan je snavel en als ik je kende had ik het tegen je gezegd.
Je gaat nu op de kade staan en kijkt me aan.
Ik kijk jou aan.
Wij zijn beide op dat moment overspoeld door eenvoud.
Vaak mist dit onderdeel in mijn leven, maar met de warme zonnestralen die branden op mijn zwarte broek en niets anders te doen dan zitten, is er eindelijk tijd voor.
Het lijkt alsof jij je minder thuis voelt in de eenvoud dan ik:
dan weer dobberen en dan dan weer staan.
Wellicht omdat jouw leven meer eenvoud is dan meervoud.
Ik denk dat dát iedereen na verloop van tijd onrustig maakt.
De wind blaast de pluizige veer van je snavel en ik ben tevreden.
Alles lijkt zijn weg te vinden. Ook zonder toegevoegde handelingen.
Jij gaat weer dobberen en ik moet weer opstaan en doorgaan.
Het leven van meervoud roept me.
C.

Plaats een reactie