Ik ben veel te veel verzeild geraakt op zwarte wateren,
terwijl ik weet dat ik ook vaak heb gezeild op witte meren.
Ik wil weten of ik ooit nog terug zal zeilen en of ik dat überhaupt zou willen.
Ik blijf me afvragen hoe diep ik kan kijken in dit donkere water.
De witte wateren leken veel helderder en duidelijker een weg te vormen voor mijn schip.
Waarom zou ik willen doorvaren op deze zwarte wateren als de onduidelijkheid mij zo onzeker maakt?
Het is juist aantrekkelijk die onwetendheid. Het is een mysterie of ik ooit ver genoeg kan kijken.
De wind blaast mij deze kant op.
Al denk ik dat mijn gedachten een grotere macht hebben over de richting dan de stroom van lucht.
Ik droom weg en laat het zeil z’n gang gaan, maar al gauw denk ik weer na.
Ik staar weer over het water, maar zie nergens meer het meer dat mij ooit zo eigen was.
Het lijkt vergeten hoe ver het water rijkt.
Als de onwetendheid zo aantrekkelijk is, vraag ik me toch af waarom dit dan zoveel gedachten oplevert.
Rationeel gedacht wil ik heel graag terug keren naar de eenvoud van de helderheid.
Die helderheid is echter een jaar geleden voorgoed verdwenen in de mist.
Nu vaar ik hier en weet ik niet welke kant ik op ga.
Het is te donker om vooruit te kijken en achter me is het zo licht dat ik denk dat het misschien wel beter is zo.
Ik denk het te weten, maar eigenlijk weet ik het niet.
Tot de mist optrekt en ik me ineens realiseer dat er geen zwarte of witte wateren hoeven te zijn.
Ik kan me identificeren met een grijs gebied, waar geen definitie aanhangt.
Het kan, maar ik voel het niet.
Ik voel alleen maar de stroefheid van het zwarte water onder mijn boot. De wind is gestopt en ik sta stil.
Ik wil me begeven in grijs gebied, want de wereld is niet zwart-wit.
Ik wil, maar ik doe het nog niet.
Ik weet alleen wel dat grijs mijn nieuwe lievelingskleur is.
C.

Plaats een reactie