Soms word ik overspoeld met een gevoel, een gevoel van leegte.
Een leegte die gevuld wordt door een bodemloze put.
Ik denk dat ik de vulling moet zoeken in waardering.
Ik gooi met alles. Alles. Ik hoop dat iemand moet lachen.
Ik hoop dat iemand iets tegen me zegt of blijk geeft van waardering.
De overspoeling komt ineens als een golf die zonder voorspelling een vlak water breekt.
Ik weet niet waar het vlakke water ineens besloot niet meer vlak te willen zijn.
Ik snap niet waarom het zo ingewikkeld is om vlak te zijn als dat al genoeg diepte geeft.
Toch ben ik nu op zoek naar vulling. Alleen elke golf die ik in de put probeer te gooien verdwijnt, zodra ik deze probeer te pakken. Zo dichtbij maar toch zo ver weg.
Ik voel me een buitenstaander in mijn eigen wereld, omdat ik een taal lijk te spreken die niet bij de rest past.
Waarschijnlijk lukt het me daarom ook niet om de put te vullen. De vulling valt daar niet op z’n plek.
Het maakt het allemaal erg ingewikkeld en ik snap niet heel goed waar ik mee bezig ben.
Ik herken mezelf niet terug in de water ofwel de put.
Het enige punt van herkenning is die golf. Die heb ik namelijk wel al eerder gezien.
Elke keer verdwijnt de golf vanzelf, na mijn hopeloze pogingen om een put te vullen.

C.

Plaats een reactie