Ik snap nu hoe het zat.
Jij wist altijd wel wat.
Ik zag dat.
Jij had altijd je mening klaar.
Ik beschouwde het altijd als waar.
Daarom kwam ik naar je toe.
Ook al wist ik zelf wel hoe.
Jij wist altijd te zeggen wat ik moest.
Jij hield mij altijd koest.
Tegen het eind liep ik te zeuren.
Terwijl ik het al die tijd zelf liet gebeuren.
Daardoor werd ik van jou.
Ik snap niet wie jij zijn zou,
zonder dat ik deel ben van jou.
Dus ik wil naar je staren.
Om te kijken en te ervaren,
welk volkmaakt persoon verborgen hebt gehouden jij.
Door je te verstoppen achter het bezitten van mij.
C.

Plaats een reactie