In tijden van geen concentratie kijk ik naar het water.
De golven lijken identiek en continu, maar voor ik het weet is die ene verdwenen in de massa
en besef ik me dat er helemaal geen continuïteit bestaat in de golf.
In tijden van geen concentratie kijk ik naar de fietser.
De fietser is al weg voor ik me heb kunnen focussen op zijn bestaan. Inplaats daarvan volg ik nu de volgende fietser. Onderweg in een heel andere wereld dan ik, maar toch zijn we zo dicht bij elkaar.
In tijden van geen concentratie kijk ik naar de blauwe lucht.
De lucht lijkt oneindig ver te gaan en uit een oneindig niets te bestaan. Toch lukt het een vogel om zich daar te bevinden in deze oneindige leegte van niets.
In tijden van geen concentratie kijk ik naar de bomen die zachtjes deinen.
Deinen op de wind van het bestaan, terwijl de rest van de wereld onder ze door gaat. Zij blijven vast staan waar ze staan. Ze lijken continu in deze discontinuïteit van leegte.
In tijden van geen concentratie besef ik me dat ik nu wel echt mijn boek open moet slaan.
C.

Plaats een reactie