Hopeloos noem ik dit.
Er is geen komen en er is geen gaan, maar ineens is het spoorloos verdwenen.
Geheel weg is het natuurlijk niet, want ik voel de resten nog liggen.
Ze lijken zwart in een kleurrijk verleden, wist ik veel dat ik maar beperkte tijd had om alle kleuren te besteden. Ik wist mezelf alleen maar te verliezen en nu is het ineens over.
Er is geen twijfel over mogelijk dat de plek is ingenomen door anderen.
Zonder dat ik precies weet waar deze omslag precies heeft plaats gevonden.
De afgetrapte resten geven mij natuurlijk wel de aantekening om toch een beetje te willen kleuren.
Al weet ik zelf ook wel heel goed dat de nieuwe kleuren me veel meer doen.
Ik vraag me toch wel degelijk af of ik dan helemaal geen invloed heb over de inhoud.
De weinige invloed om mijn eigen invulling kleur te geven die ik heb, zou ik toch beter willen begrijpen. Het is nu namelijk misschien juist niet het moment om te wisselen van kleur.
Liever wil ik even helemaal geen kleur, zodat de aanwezige resten langzaam kunnen wegteren.
Al weet ik inmiddels wel dat ik niet echt werk zonder kleur, hoe vervelend ik dat ook vind.
Ik ben wel in verwarring door dit hele verhaal en ik zou zo graag nu invloed uitoefenen.
Nee geen invloed. Eigenlijk wil ik nu alle nieuwe kleuren pakken en er zo snel mogelijk mee aan de slag gaan. Ik weet zeker dat de resten dan sneller zullen verdwijnen dan ik zal beseffen.
C.

Plaats een reactie