Gedichten uit een ver verleden

Gevonden in in zo maar een doos,
in zo maar een hoekje in mijn kamer. 

Lang geleden


Er zit een steen op de plek
waar die niet hoort.

Uit elkaar gevallen.
Gebroken.
Probeert de steen zichzelf te vinden.

Ik schraap alle kiezelstenen bij elkaar.
Probeer jou er tussen te vinden.

Je bent verbrijzeld,
maar ergens moet je zijn.

De herinnering is dicht bij.
Je aanwezigheid is ver weg.

Ergens ben jij.
Ik heb je vertrapt.
Mezelf gebroken.
Maar toch probeer ik je te vinden.

——-

2011

Speciaal vandaag,
nu dit moment.
Zullen alle dingen
zalig zijn.

Nu alle dingen,
gevallen zijn
gebroken stukken
in het moment.

Nooit geweten,
waar die zalige dingen zouden
zijn.

Zonder dat gevangen
momenten
gevangen werden
zo net.

Dat harde gevoel
niet flexibel
niet aan te passen.

Sommige dagen
breekt het
terwijl je andere dagen
kleurloos lijken.

Zou dit alles een doel hebben,
of ben ik gewoon voor niets zo van de rel.
Je blijkt niet in mijn leven te passen,
anders was je hier wel.

Sommige dagen kom je in vlagen.
Dan vraag ik me af, waar je was.

En dan mis ik die ogen
waarmee je in mijn gedachten
naar me kijkt
en naar me lacht.

Bedrogen door de arm van de zon
van onze verloren eenheid.

Kon er maar een mening zijn in
dit verwoeste geheel.

Vermijd het conflict
die er niet lijkt te zijn.

Veel geld, de oplossing
omdat wij wel verstandig zijn?

Zij, klein in het grote geheel.
Bedriegen ons.
Wij, groot
en klein door onze verschillen.

Moeten geven, niet nemen.
Wij zijn opnieuw het goede fonds.

Maar zijn dat allen
die dat willen?
Niet eens een honderd jaar geleden
en er ontstaat een nieuw conflict.

Is het raar om respect en liefde voor elkaar te tonen?
Geen jaar leven naast elkaar of samen zonder geruis?

We zijn familie,
dochters en zonen
van hetzelfde begin.

Zelfs bij mieren gaat het goed.
Maar wij zijn afgedwaalde rivieren.
Zonder goede moed.

Inplaats van ons geweldige bestaan te vieren.

——–

2012

Alsof de wereld gevangen is.
Opgesloten onder een laag kou.
Elk mens is vermist.
Kleuren zijn vervaagd en wit.
Zelfs te koud voor dauw.

De vroege ochtend is stiller en kouder,
verrast door de nieuwe wereld
neemt het je stem weg.
Er is plek voor gedachten,
waar niemand anders op zou wachten.

Alles verzwegen omdat
er een dikke laag wit is neergelegd.

Maar nadat
gaat alles weer door.
Kinderen gaan voor.
Wij volgen en laten gedachten varen.
Alsof ze er nooit waren.

Het moment
Dat stille moment
Vol volle gedachten.
Daar gaan we nu op wachten.

Elke emotie gaat in stilte,
gevangen in een eindeloze val.
Niet te vinden waar het ons brengen zal.
De ruimte is gevuld met kilte.
Een grote storm zal het niet weg blazen.
Hij zal gevangen worden door de kou.
De stilte zal gewoon door razen,
Niet uit te spreken.

Wat andere van ons willen weten.
Al kunnen ze onze gedachten lezen,
dan hoeven wij niet te herlezen,
wat er staat geschreven.

Is het die emotie die zo’n pijn doet
Of maken wíj ons hoofd zo zwart als roet?

Kunnen wij maar een einde zien,
dan zal alles minder zijn.
De verdraagzaamheid korter.
Zodat we beter zullen worden.

Maar niet alles is altijd fijn.
Ook al zal deze val zonder pijn,
een zacht einde betekenen.

Dit verdriet maakt dit,
dit maakt alles.
Want in de ongunstigste gevallen,
is er een einde.

Al was het een droom.
Domme gedachten in de oneindige gangen.
Een zoon van de vage fantasie,
die de machten in handen hadden.
Dat zou een nachtmerrie zijn in het licht van de dag.
Illusies die de tijd doen stil staan.

Zonder elkaar zijn we niet zo ver.
Dan had de tijd ons niet tot hier gebracht.
Kan ik geloven in mijn dromen,
is het de waarheid die naar mij lacht?

Het gevoel dat de vragen niet langer kan dragen,
maakt me zonder meer verward.

Waren wij niet altijd al in de handen
van deze onverklaarbare macht?

Het was jij, die ik zag.
Maar meer kan ik er niet over zeggen.
Vragen zouden nooit meer stoppen,
Als ik wist dat iemand antwoord gaf.
Die de waarheid niet meer lieten kloppen.

Tranen zeggen woorden,
zeggen woorden dan zo veel?
Alle dingen geven tranen,
weg van daar,
weg van alle dingen.
Tranen wil ik niet
woorden geven pijn.

Soms tranen,
soms verdriet,
maar als je alle dingen tranen geeft
is niet meer
goed weer.

Als je de tranen eens verliet,
dingen anders ziet.
Zijn alle dingen minder tranen,
en minder verdriet.

Plaats een reactie