Soms ben je dicht bij.
Zo dicht bij dat ik bang word.
Terwijl jij in gedachte tegen mij zei.
Misschien is dit wel het lot.

Ik geloof niet in lot.
Dacht ik. Dacht jij.
Want hoe dicht bij je ook bent,
alles kan kapot.

Zonder vallen en opstaan,
klim je echter niet.
Dus hoe ontdaan ik ook ben,
Ik weet dat je uiteindelijk,
van de top van de berg meer ziet.

Zonder het doorgaan van een dal,
kom ik daar niet.
Toch hoop ik stiekem elke keer dat je me daar liet.
Maar elke keer nemen mijn gedachte de leiding.
Na onze korte scheiding, sta jij mij beneden op te wachten.
We lachen.
Ik lach.

Stiekem vind ik al die hopeloze gedachte wel leuk.
Al leidt het altijd eindelijk weer tot een breuk,
als ik weer om hoog klim naar de realiteit.
Ik weet dat ik uiteindelijk weer naar beneden glij,
want in gedachten raken wij elkaar nooit kwijt.

En dan vraag ik me af, wanneer ben ik klaar voor het afscheid?
De hoop begint namelijk te vervagen, dat iemand jou in mijn gedachte kan overtreffen.
Dat is een hele hoge berg om te beseffen.

C.

Plaats een reactie