Ik wilde niet geloven dat lijntjes bestonden.
Ik wilde alleen geloven dat jij en ik tot de werkelijkheid behoorde.
Nu besef ik dat die werkelijkheid alleen mijn werkelijkheid is.
Voor jou ben ik gewoon een van de vele vissen in een grote vijver.
De vijver die de wereld heet.
Terwijl jij in mijn vijver de enige vis bent die ik noot meer vergeet.
Alle vissen in mijn vijver lijken niets in vergelijking tot jou.
Alle vissen zijn gezichten die ik gauw weer vergeten zal.
Het is een leeg gevoel om iedereen aan je voorbij te zien zwemmen,
terwijl ik weet dat de enige vis die ik echt wil leren kennen,
mij alleen maar aan de haak houdt.
Aan de haak houdt voor het geval dat.
Want je zou maar zin hebben en gewoon aan de lijn kunnen trekken.
En al weet ik dat die lijn bestaat. Wij weten allebei dat ik alsnog zo gek ben
om me mee te laten slepen, om vervolgens weer terug gegooid te worden.
Wachtende op het moment dat ik me weer laat lokken.
En weer word aangetrokken.
C.

Plaats een reactie