Het regent zonneschijn.
Ik voel geen pijn.
Al heb ik het gevoel dat het er wel zal moeten zijn.
Het is alsof de zomer er altijd al is geweest.
Diep in mij.
Alsof het al die tijd niet echt was.
De regen in mij geneest.
Geen tranen van verdriet.
Tranen van opluchting: de zon is weer gaan schijnen.
De stap was zo groot.
Ik hoorde de zon buiten het lied zingen.
Maar al gauw was het lied alles wat mij ontschoot.
Ik hoorde het lied verdwijnen.
Wanneer ik de trap af liep,
hoorde ik het weer.
De tonen klonken diep,
zo diep dat ik snel de trap weer op ging.
In mijn oren hoorde ik nog wel een piep,
maar ik negeerde het elke keer.
Totdat de piep verging.
Maar laatst was de trap zo steil
dat ik niet meer kon negeren.
Ik moest het lied horen waarderen.
Ik liep verder terwijl,
de richting mij niet duidelijk was.
Zonder kompas,
vond ik de richting.
Het was een verlichting.
Nu hier, verdriet op de onjuiste plek.
Iedereen verwacht tranen.
Al is deze route wat ik ontdek,
niet vol met tranen maar vol opluchting.
En voor ons beide, de juiste richting.
C.

Plaats een reactie