Origineel gepubliceerd op Waarbenjij.nu
24 December 2013 | Nepal, Namo Buddha
En daar zit ik dan op kerstavond achter een computer mijn ‘kerstles’ voor morgen voor te bereiden en nu dan mijn blog te schrijven. Het is namelijk al weer een tijd geleden sinds ik heb geschreven. Voor mij voelt het zelfs al een eeuw geleden, omdat ik nu op een hele andere plek zit met hele andere mensen. Heel gek is dat. Nu ik hier zit op kerstavond mis ik mijn ouders, familie, vrienden en vooral Steef echt enorm. Aan de andere kant, ga ik hierdoor wel meer beseffen dat die dagen alleen maar dagen zijn. Als ik terug ben kan ik zelf mijn eigen kerst maken.
De laatste twee weken in Sabah, Maleisië (Borneo) en de eerste drie weken in Nepal
Mijn vorige verslag brengt me terug naar Bongkud. Het eerste kamp dat letterlijk midden in het dorp lag. De zwerfhonden liepen ons kamp binnen. Het was ook het eerste kamp waar we in tenten moesten slapen. Wat echt heerlijk was, want we waren met z’n vijven en hadden dus ieder onze eigen tent. Door vertraging met de boot van Mantanani kwamen we een dag later aan dan gepland. Wel kregen we natuurlijk weer een lokale dans te zien. Dit keer heel indrukwekkend, want een meisje danste met haar voeten tussen bewegende bamboestokken. We hebben maar heel weinig vrijwilligerswerk kunnen doen, om precies te zijn 4 dagen. Die vrijdag begonnen we met het bouwen van een hangbrug. Jawel een echte hangbrug net als in de film. In Sabah, Borneo is dat de normaalste zaak van de wereld. De andere dagen konden we eindelijk vullen zonder hamer en zonder zaag, want we mochten verven. Ik vond dit heerlijk, omdat je tenminste niet de kans liep op je vingers te verpesten. Het enige probleem waar ik tegen aan liep, was dat al mijn kleren binnen de kortste keren onder de verf kwamen te zitten. Wat aan de andere kant weer een excuus gaf om te gaan shoppen. De regel is namelijk voor wat, komt wat. Ik koop wat en er gaat wat de prullenbak in. Overigens was dit werk ook niet zonder gevaren, want we moesten op enorm onstabiele soort van steigers staan. Wat verder, als je eenmaal zat, geen probleem was. Het probleem was erop en eraf komen. Ook hebben we in Bongkud weer lesgegeven. Dit keer niet met z’n alle maar apart. Ik vond het geweldig en de kinderen volgens mij ook. Toen ik achteraf vroeg of ze met me op de foto wilden, waren ze enorm enthousiast. Zo enthousiast dat ze de kraanvogels en timetable, die ze gemaakt hadden tijdens de les, ook op de foto wilden hebben.
Het eerste weekend hebben we een groentemarkt bezocht. Erg indrukwekkend: allemaal kraampjes naast elkaar die hetzelfde verkopen. De vraag is dan natuurlijk hoe kan iedereen nog een winst maken? Het is in iedergeval heel kleurrijk om te zien en het is ongelooflijk hoeveel meer smaak het fruit in Borneo heeft dan in Nederland. Ik ben er trouwens ook nu pas achter gekomen dat er enorm veel verschillende soorten bananen zijn. Ik dacht altijd werkelijk dat een banaan een banaan was. De dag sloten we af met een wandeling letterlijk tussen de bomen. Er waren hangbruggen bevestigd aan de toppen en op die manier wandelde we naar een kleine waterval in de jungle op een nogal toeristische plek. Vervolgens bracht het pad ons naar een enorme hoeveelheid baden, die je kon vullen met bronwater, met nog meer toeristen. Na een eeuwigheid was ons bad vol en was onze huid zo oud als een gedroogde pruim. Daarmee was het ook weer tijd om te gaan.
In tegenstelling tot in Nepal, wordt in Borneo kerst wel gevierd. Wij als gelukkige werden daarom uitgenodigd in een dorpje om een kerstshow te bewonderen. Echter, was de weg er naar toe erg gevaarlijk. Daarkom konden we alleen mee genieten van het eten en moesten we daarna al weer vertrekken. omdat het anders te donker was om te rijden. Dat was midden november. Dus als je ooit dacht dat Nederland vroeg was, Nee. Daarbij moet ik uitleggen dat ze in Borneo een grote kerstvakantie hebben inplaats van een grote zomervakantie. Het is dus omgedraaid. Midden november begint daar dus al hun kerstvakantie.
Die zondag was het voor Georgie, Claire en mij tijd voor de grote uitdaging. De grootste berg in Zuidoost Azie, Mount Kinabalu, beklimmen (4095 m). Wauw. Ik heb daar geen woorden voor. Dit was voor mij de eerste keer dat ik echt een trekking heb gemaakt en ik vond het heerlijk. Er waren natuurlijk momenten dat ik er even doorheen zat, maar als je eenmaal de top heb bereikt dan doet dat er allemaal niet toe. Het programma zag er als volgt uit. We vertrokken rond half 10 naar boven, rond half 4 kwamen we aan bij de lodge. Waar de verwarming het natuurlijk niet deed en het dus ijskoud was. Daar kregen we een uitgebreide maaltijd en doken we op tijd ons bed weer in. Moe van de dag, viel ik gelukkig snel in slaap. We moesten namelijk 2 uur ’s nachts er weer uit. Na een weer een heerlijk eerste ontbijt, vervolgde we onze weg naar de top. Hier moet ik bij zeggen dat het ontbijt bestond uit een buffet van: wentelteefjes, pannenkoeken enzovoort. Dat was echt een hemel na elke dag rijst of klef geroosterd brood als ontbijt. Rond kwart voor 5 kwamen we ijskoud en doodop aan op de top. Net op tijd voor een zonsopgang die jammer genoeg verscholen ging achter een enorme wolk. Te koud, te blij en te enthousiast dat we de top hadden bereikt, boeide het ons vrij weinig dat de zonsopgang niet zoveel voorstelde. Daarna werd het tijd voor onze terug tocht en onderweg naar beneden kregen we ons tweede ontbijt. Rond half 2 ’s middags kwamen we denk ik weer beneden aan. Toen werden we terug gebracht naar Bongkud waar een douch op ons wachtte.
Die vrijdag daarna werd het tijd voor ons tweede avontuur in een korte tijd. De jungletrekking van 5 dagen en 4 nachten. Met een backpack vooral gevuld met eten, gespannen voor wat er komen ging en Eve onze lieve kampsleider die ons heel vrolijk uitzwaaide (ja zij hoefde de jungle niet in), vertrokken we in de vroege ochtend. Ik kan hier eigenlijk niet zo veel over vertellen, behalve dat ik het heel leuk vond. We maakten iedere ochtend een trekking naar onze volgende bestemming. Bij aankomst moesten we vrijwel meteen altijd onze hangmat ophangen en konden we daarna altijd even douchen. Douchen? Ja gewoon in de rivier, omringd door bloedzuigers. Heerlijk. Nee, maar serieus ik vond het echt heel leuk. Die bloedzuigers boeiden niet zoveel meer. Als je je afvraagt of een hangmat comfortabel is, niet echt. Mijn benen zijn erg lang dus ik zat een beetje opgevouwen. Het is wel heerlijk om in slaap te vallen met de jungle geluiden om je heen. Na 5 dagen toen we de jungle eindelijk uit waren, was de douche en eten wel extreem geweldig. Je voelt je zo vies na 5 dagen. De rivier was veel te koud om je echt normaal te kunnen wassen. En het eten bestond uit aardappelen (die we vanwege het gewicht zo snel mogelijk opgegeten hebben), instant noodles, oatmeal (wat niet te eten is zonder suiker), klef zoet brood met tonijn en baked beans.
Wat wel heel fijn was in de jungle, was dat onze geliefde gids ons spookverhalen begon te vertellen die zich in de jungle afspeelde toen we nog midden in de jungle zaten. Hij begon met de vraag: Hebben jullie overigens vreemde dingen meegemaakt hier? Wij schudden allemaal ons hoofd en keken hem vragend aan. Natuurlijk vertelde hij erbij dat het allemaal heel ver weg afspeelde. Achteraf kwamen we erachter dat dit niet zo was. Wij waren gewoon op de plek die door de lokale bevolking wordt ontweken. Het was een huis voor de geesten.
De jungle was voor ons het afscheid van het echte Borneo. Het was tijd om terug te gaan naar Kota Kinabalu voor de laatste keer. Waar voor mij m’n nichtje op me wachte. Het was heerlijk om iemand te zien van thuis na zo’n lange tijd. Die woensdag en donderdag heb ik nog tijd besteed met mijn groep, want zij zouden vrijdag allemaal al vertrekken. We hebben gewinkeld, een massage genomen en we zijn naar de bioscoop geweest. Heerlijk om na al die tijd weer is een keer ‘normale’ dingen te doen.
Met mijn nicht heb ik mijn avontuur in Borneo heel goed afgesloten. We zijn naar een wildlifepark geweest, wat niet enorm veel voorstelde. De laatste dag zijn we gaan raften. Ik dacht dat ik me daarbij niet zoveel moest voorstellen: Grote vergissing! We zijn met boot en al omgekieperd! De rivier was erg wild. Ik ben er zelfs een keer uitgedonderd. Het gezicht van mijn lieve nicht verbleekte daarbij en als een reflex trok ze me weer in de boot haha! Dankje Clau! Na een uitgebreide lunch zijn we daarna met een kabelbaan de rivierovergestoken. Een heerlijke ervaring, maar echt veels te kort. Een cocktail als afsluiter en de volgende dag was het dan echt tijd om afscheid te nemen. Het was tijd voor mijn volgende avontuur: Nepal!
Het was heel gek om afscheid te nemen van dit prachtige eiland, maar het was tijd om weer door te gaan.
In Nepal sliep ik de eerste week bij een gastgezin. Ik kreeg Nepalse les. Op een dag werden mijn kamergenoot en ik er met een lijst Nepalse woorden op uitgestuurd. We moesten die dingen kopen op de lokale markt. Erg fijn, maar of Maya (onze lerares) met een Murali nou popcorn bedoelde of een fluit, daar ben ik nog steeds niet achter. De rest van mijn lijst heb ik wel aangeschaft en het was een geweldige ervaring! Ook hebben we Boudhanath (een enorme stupa) bezocht, een meditatieles gevolgd, een (kleine) berg beklommen, kookles gehad en Thamel (het toeristische centrum) bezocht. De gastfamilie was heel lief en bezorgd. Het weekend sloot ik af in Chitwan. Ik hoefde namelijk pas dinsdag in het klooster te zijn en had daardoor 3 dagen vrij. Chitwan is een National park. Daar heb ik maarliefst 1 neushoorn, heel veel herten, olifanten, heel veel vogels en apen gezien. Ik ben er zelf nog steeds van overtuigd dat ik een tijger heb gezien, maar dat zal wel niet. Ik had een compleet pakket geboekt en zat in een groep met alleen maar Chinezen. Twee waren heel erg aardig en daar trok ik dan ook vooral mee op. Samen hebben we een kanoritje gemaakt, een jungletocht gemaakt, gebadderd met olifanten, een olifantenritje gemaakt en een jeepsafari gedaan. Het was fijn om in de jungle te zijn. Ik merk hier wel echt hoeveel liefde ik heb voor natuur. Ik hoorde van verschillende bronnen trouwens dat Chitwan het enige park is ter wereld waar je mag rondlopen terwijl er tijgers leven, jaja.
Het enige wat ik wat ik niet geweldig vond, was het olifantenritje. Ik liep van te voren al te twijfelen of ik het wel moest doen. Vervolgens zat ik daar met 3 andere mensen op de olifant. Halverwege werd onze olifant zo boos dat onze gids hem maar bleef slaan met een stok. Je begrijpt wel dat ik wel kon janken: arm beest. En ik was het nog een bijdrage aan het leveren ook. Een keer maar nooit meer!
Die zondag was ik jarig en in die middag kwam mijn kamergenootje uit Kathmandu aan en samen hebben we het die avond gevierd. Toen de obers in het doodstille barretje er achter kwamen dat ik jarig was, begonnen ze enthousiast gitaar voor me te spelen. Een leuke ervaring.
Op dit moment zit ik al meer dan 2 weken in NamoBuddha. De omgeving en de rust is hier prachtig in vergelijking met Kathmandu. Toen ik afgelopen zaterdag voor een weekendje terug ging naar Kathmandu schrok ik enorm van de herrie en de drukte.
Ik heb geluk gehad en kwam hier net op tijd aan om de verjaardag van Rimpoche te kunnen meemaken. Hij is de zoveelste reincarnatie van iemand en ik heb hem zelfs ontmoet. Een heel indrukwekkende man van 81 jaar. Mijn dag hier bestaat uit lesgeven in de ochtend, lunch, pauze tot 6 uur, avondeten en huiswerk begeleiding tot 9 uur. Dat laatste heb ik vandaag even overgeslagen vanwege de voorbereidingen van morgen. De middagen heb ik tot nu toe vooral besteed aan kleine wandelingen in de omgeving en het bezoeken van een man die ik heb ontmoet tijdens de verjaardag van Rinpoche. Hij had een prachtig huis met een enorme tuin en is volgens mij al 10 jaar in Retreat! Op zondag mag hij gelukkig wel praten.
De monniken zijn heel aardig en geinteresseerd. Ze doen alles wat je vraagt, want soms ook een beetje eng is. Mijn klas is heel beleefd en staat op als ik de klas binnen kom en gaat pas zitten met mijn toestemming. De eerste dag dat ik les gaf zag ik een Monnik in de deuropening staan. Ik vroeg hem wat er was. ‘Can I come in Miss?’, vroeg hij. Die lieve Monniken vragen zelfs toestemming om het lokaal in te gaan.
Ook heeft 1 Monnik me met de scooter helemaal naar Kathmandu gebracht (2 uur). Levensgevaarlijk volgens mij, want alleen de bestuurder moet hier een helm op en de wegen zijn hier rampzalig. Maar ik leef nog en het was een geweldige ervaring.
Kortom Nepal is een wereld van verschil met Borneo. Borneo lijkt een eeuw geleden en het is gek dat ik het alweer zo snel heb kunnen loslaten.
Fijne kerst allemaal en alvast een heel gelukkig nieuw jaar!









Reacties:
Origineel gepubliceerd op Waarbenjij.nu
24 December 2013 – 17:28
Louise Schmitz :
Bijzonder wat je allemaal meemaakt! Toch ook een leuke Kerst. Mama
25 December 2013 – 00:37
Bianca :
Lieve Eef!! Wat een vette verhalen allemaal!! Ik kan bijna niet wachten op de foto’s!! En goed dat je je indrukken gelijk op het digitale papier zet, zo blijven je ze hoe dan ook bij!!! Ik ga je missen morgen, maar we maken het snel goed!! Een hele dikke kus!!

Plaats een reactie